Het orgel

Koor

Iedere viering wordt begeleid met orgelmuziek en zang. De zang varieert van een enkele stem tot en met vierstemmig gemengd koor.

Orgel

In 1722 bouwde de bekende Hollandse orgelbouwer Johannes Duyschot een klein orgel voor de Oud-Katholieke Gemeente, die haar kerkdiensten hield in de oude huizen op het Bagijnhof. Toen in 1743 het nieuwe kerkgebouw in gebruik werd genomen heeft men dit orgel overgeplaatst naar deze nieuwe kerkruimte. Tot 1865 werd er met dit Duyschot-orgel gewerkt. Het orgel ging kwalitatief achteruit en het was te klein was voor dit kerkgebouw. Met de bouw van het grote orgel in de Oude Kerk te Delft, in 1857, oogstte de orgelbouwer C.G.F. Witte (Fa. Bätz & Co. te Utrecht) veel succes. Het kerkbestuur van de Oud-Katholieke kerk nam contact op met deze orgelmaker en besloten werd om een geheel nieuw orgel te bouwen dat bestond uit twee klavieren en aangehangen pedaal.

Het orgel kwam gereed in 1867 en aan de heer J.A. Klerk werd verzocht een inwijdingsconcert op het nieuwe orgel te geven, aan welk verzoek de organist van de Oude Kerk te Delft “volgaarne” voldeed.

Op 30 juni d.a.v. deelt de heer J.A. Klerk aan de Heer Pastoor mede wat hij tijdens de inwijding zal spelen op het nieuwe orgel: “Zeereerwaarde Heer en Vriend! … Ik heb mijn keuze bepaald op:

1. Festvorspiel (Volckman)
2. Largo (Beethoven)
3. Fuga (Händel)
4. Adagio (Mendelssohn)
5. Allegro voor fluit (Rinck)
6. Abendlied (Schumann)
7. Finale.

De “Delftsche Courant”, nieuwsblad voor Delft en Delfland, dd. dinsdag 2 juli 1867, no. 53 gaf een volledig verslag van deze gebeurtenis, die hieronder gedeeltelijk staat afgedrukt.

“Gisteren (30 juni) was het voor de Oud B.C. gemeente van St. Ursula alhier een ware feestdag. Door de zorgen, namelijk, van haren pastoor den Zeer Eerw. heer C. Harderwijk, en verdere leden van het kerkbestuur, werd het vorige orgel, vervaardigd in het jaar 1722 door J. Duijschott, uit één klavier bestaande, en sinds jaren in een slechten toestand verkeerende, door een nieuw vervangen en ten 10 uur in haar kerkgebouw plechtig ingewijd. De vervaardiging van het nieuwe orgel werd ten vorige jare opgedragen aan de heer C.G.F. Witte (firma Batz en co.) orgelmaker van Z.M. den Koning te Utrecht, die ook hier weder den meer dan een eeuw bestaanden roem der firma waardiglijk handhaafde.

Na afloop der namiddag-godsdienstoefening gaf de heer J.A. Klerk, organist van de oude kerk der Ned. Hervormde gemeente alhier, door het bestuur van de kerk op het begijnhof daartoe uitgenodigd, eene orgelspeling”.

In het jaar 1908 werd het orgel grondig gerepareerd en van nieuwe onderdelen voorzien door de orgelmaker G. Spit uit Utrecht. Bij deze gelegenheid werd de Fluit 4 voet eruit verwijderd en vervangen door een Vox Geleste 8 voet. Men vond de Fluit 4 voet te sterk van klank en een zoetgevooisde Geleste deed het in die tijd nu eenmaal beter. Heden ten dage is de mening daarover wel enigszins anders, maar deze stemwijziging moet men wel zien in het licht van de toendertijd heersende mening t.a.v. de klank van een orgel. Het godsdienstige maandblad “De Oud-Katholiek”, 24e jaargang, no. 5, dd. 5 april 1908, geeft op blz. 75 een duidelijk verslag van het een en ander:

“Ruim twee maanden heeft het orgel in onze kerk gezwegen ten gevolge van een groote reparatie. Gedurende dien tijd hebben wij ons moeten behelpen met een huisorgel. Op Passiezondag 5 april liet het kerkorgel zich weder hooren en kon de gemeente zich overtuigen van de belangrijke verbeteringen en veranderingen, die het heeft ondergaan. Het orgel is geheel uit elkaar genomen en te Utrecht aan de werkplaats van den Heer G. Spit geheel hersteld. Het geheele mechaniek is van nieuw en dikker koper voorzien, daar dit koperwerk grotendeels was verteerd. Het conductuur is geheel verbouwd, zoodat men nu overal gemakkelijk bij kan komen. Al het pijpwerk is op normale toonhoogte gebracht maar wat zwakker geïntoneerd, de gamba echter meer frisch en snijdender van toon. De frontpijpen (niet sprekend) zijn opgepoetst en het klavier opnieuw belijmd met celluloid, zodat het orgel ook uitwendig een frisch aanzien gekregen heeft.

Eén nieuw register, vox celeste, is aangebracht in plaats van de bestaande, sterk sprekende fluit 4. Dit nieuwe register maakt een prachtig effect, vooral gecombineerd met gamba 8.

Niet dan met eenige aarzeling is het kerkbestuur overgegaan tot deze reparatie. Door een zuinige administratie en voortzetting van de maandelijkse collekte hoopt het echter, de belangrijkste kosten uit de gewone middelen te kunnen bestrijden”.

In 1930 werd het 2e manuaal voorzien van een zwelkast.

De dispositie van het orgel werd aldus:

Manuaal l (hoofdwerk): Bourdon 16 voet; Prestant 8 voet; Octaaf 4 voet; Woudfluit 2 voet.

Manuaal II (in zwelkast): Gamba 8 voet; Holfluit 8 voet; Vox Geleste 8 voet.

Mechanische tractuur met sleepladen.  Manuaalomvang:  C –  f”.  Pedaalomvang:  C-d (aangehangen).

Dank zij de bemoeienissen van de Stichting tot behoud van het Nederlandse orgel kon in 1979 het orgel in zoverre weer in de oorspronkelijke toestand van 1867 worden hersteld dat de Vox Geleste 8 voet weer vervangen werd door een Fluit 4 voet. Deze restauratie werd uitgevoerd door de heer de Graaf uit Leusden.

In 2022 is het orgel opnieuw gerenoveerd, en verder in de oorspronkelijke staat hersteld. Hiermee bezit de Oud-Katholieke Gemeente te Delft een orgel dat is voortgekomen uit de roemrijke Hollandse orgel-bouwschool.